De dynamiek van ‘wij’ en ‘de Ander’

Cultuur is niets meer dan de betekenis die mensen geven aan bepaalde gebruiken, objecten en aan elkaar. Het is wat door mensen normaal wordt gevonden. Overal ter wereld maken we onderscheid tussen ‘wij en de Ander’, ‘goed en slecht’, ‘rein en onrein’. Wat op deze spectra normaal wordt gevonden, verschilt per context en verandert met de tijd. In de antropologie noemt men cultuur daarom dynamisch.

Cultuur heeft invloed. Zo waren er ooit volken in Zuid-Amerika die goud zagen als een potentieel ruilmiddel en een mooi accessoire, maar ze vonden nu ook weer niet dat alles hierom moest draaien. In diezelfde tijd waren er volken in Europa die in goud het énige, universele ruilmiddel zagen. Het vermeerderen van kapitaal gaf hen bovendien macht en status; het dreef Europeanen de oceaan over. De Zuid-Amerikaanse volken zijn nu voor 90% uitgestorven. Heel duidelijk wie als ‘wij’ en wie als ‘de Ander’ werd gezien door de Europeanen en een voorbeeld van de verschillende betekenis die aan objecten en gebruiken werd gegeven.

Tegenwoordig vullen we goed en slecht anders in dan tijdens de plundering van Zuid-Amerika. Relatief recent is het idee ontstaan dat alle mensen met bepaalde rechten worden geboren. Mensenrechten noemen we dit. Wereldwijd zijn steeds meer mensen dit zo gaan zien. Zij maken op basis van deze maatstaf onderscheid tussen ‘goed en slecht’, ‘wij en de Ander’. Het idee dat mensenrechten normaal zijn, verspreidt zich nog steeds over de wereld met transformele gevolgen voor miljarden mensen.

De dynamiek van cultuur wordt extra zichtbaar in een periode als de Coronacrisis. Voor de volksgezondheid (en de betekenis die wij hieraan geven) zijn we in korte tijd gedwongen om onze cultuur rigoreus aan te passen. Het proces van cultuurverandering is daarmee in een snelkoker terecht gekomen. Mijn antropologische radartjes zien op elke hoek van de straat nieuwe vormen van betekenisgeving. Sommige zijn tijdelijk, maar er zullen ook langdurige cultuurveranderingen volgen in Nederland en wereldwijd. Bijvoorbeeld het verbod van de Chinese stad Shenzhen op het eten van honden en katten.

Een paar maanden terug was het normaal om iemand de hand te schudden. Gewoon, als groet of als bedankje. Een cultureel gebruik. Denk maar aan de scène van de Disneyfilm Pocahontas, waarin John Smith zijn hand uitsteekt en Pocahontas deze niet aanpakt, maar ernaar kijkt en zegt: “er gebeurt niets”. Met onze nieuwe definities van ‘rein’ en ‘onrein’ mag het traditionele handenschudden niet meer. We hebben als het ware een mini-kastensysteem ontwikkeld. Alleen mensen uit het eigen huishouden zijn ‘rein’ en hen mogen we aanraken. Iedereen die niet in hetzelfde huis woont is ‘onrein’ en mogelijk gevaarlijk voor het overdragen van een potentieel dodelijk virus. Deze personen moeten op 1,5 meter afstand van elkaar blijven.

Anders dan bij het kastensysteem in India is dat de rangen afhangen van waar je staat. Jij bent net zo potentieel gevaarlijk en dus ‘onrein’ voor andere huishoudens als zij voor jou. Je kunt jezelf dan ook het beste zien als een tikkende tijdbom. Hoe minder mensen jou te zien krijgen, hoe beter. Naast een tikkende tijdbom ben je ook een held. Tenminste, als je thuis blijft. Veel boodschappen in één keer kopen is het nieuwe duurzaam leven. Niemand heeft het meer over vegan food. Ga zo min mogelijk naar de supermarkt en red zo tientallen mensenlevens. Voor je maatschappelijk verantwoorde status hoef je niet langer geld te doneren aan Afrika of überhaupt je deur uit te gaan.

Internationale samenwerking voor armoedebestrijding wordt door veel mensen, zeker in Europa, als ‘goed’ beschouwd. Dit wordt onder andere gefaciliteerd door het geloof in mensenrechten. Rijkere landen voelen zich deels verantwoordelijk om armere landen economisch en sociaal vooruit te helpen. Toch laat de pandemie op het eerste gezicht een hernieuwde focus zien op het nationale. Er wordt primair gefocust op noodmaatregelen om het eigen gezondheidsstelsel en de nationale economie staande te houden. Dit wordt blijkbaar nog altijd het belangrijkste gevonden. Het geeft aan waar de (nationale) grenzen liggen van ‘wij’ en ‘de Ander’ en waar we staan wanneer het aankomt op een globale samenleving. Onze politieke en gezondheidssystemen zijn nog bijna volledig nationaal ingericht.

Het wordt anders wanneer je naar economie en handel kijkt. Meer dan ooit ligt bloot hoe landen economisch met elkaar verbonden zijn geraakt. Globalisering wordt kritisch onder de loep genomen. Nu productie en consumptie in veel landen grotendeels stil liggen, hebben lokale economieën zichtbaarder last van wat er elders in de wereld gebeurt. Afrikaanse verkopers die geen producten meer uit China kunnen krijgen en hun inkomen verliezen. Nederlandse ziekenhuizen die een tekort hebben aan beschermingsmateriaal, zoals mondkapjes, omdat ook andere getroffen landen in de rij staan bij Chinese producenten. Ik hoor veel China. Dat wisten we natuurlijk al, maar de realiteit van onze handelsrelatie(s) komt nu extra hard aan.

Zijn de groepen ‘wij’ en ‘de Ander’ anders verdeeld wanneer het aankomt op gezondheid dan wanneer het aankomt op economie? In het systeem wel. In onze hoofden niet. Daarom is de discussie omtrent globalisering opgelaaid. We zijn niet volledig zelfredzaam in het huidige economische systeem, waardoor ‘wij’ niet altijd voor ‘de Ander’ kunnen gaan.

In de laatste jaren zagen we de discussie al toenemen over het ethische van verre reizen met het oog op CO2 uitstoot en de groeiende economische ongelijkheid in de globale toerisme-industrie. Deze discussie lijkt met het uitbreken van de pandemie extra brandstof te hebben gekregen. Steeds meer nadelen van globalisering worden zichtbaar. Verre reizen worden steeds vaker ‘slecht’ en onnodig genoemd. Ondertussen zien we in Nederland de trend ontstaan om lokale ondernemers te ondersteunen tijdens deze crisis. Mensen die elkaar als ‘wij’ zien, helpen elkaar.

En daar staan we dan, op de route naar steeds meer het lokale ‘rein’ en ‘goed’ verklaren. Onze angst voor de medemens en de rest van de wereld is plots toegenomen. We moeten voorzichtig zijn in onze conclusies en verdere aanpak. Voorzichtig met wat voor betekenis we geven en gaan geven aan elkaar.

Wanneer je terug denkt aan het eerste voorbeeld, waarbij de Zuid-Amerikaanse volken grotendeels verdwenen na de aankomst van de Europeanen, dan valt er een gelijkenis met het heden te trekken. Eén van de grootste doodsoorzaken van de inheemse bevolking was namelijk het aantal nieuwe ziektes dat de Europeanen met zich meebrachten. Hiertegen had de lokale bevolking nog geen inviduele of groepsimmuniteit opgebouwd. Er gingen epidemieën rond. Klinkt bekend? Toentertijd vond niemand in Europa dat erg. Het kwam eigenlijk wel goed uit als ‘de Ander’ er niet meer zo veel was. Er bleven nog genoeg mensen over in Zuid-Amerika om als slaaf te worden ingezet.

Dat we elkaar nu, na het controleren van onze nationale situaties, ook internationaal tegemoetkomen in het bestrijden van het nieuwe coronavirus, is ook te danken aan globalisering. Landen waaronder Frankrijk en Nederland, stuurden initieel medisch materiaal naar China, toen daar het coronavirus als eerste uitbrak. Er wordt wereldwijd gecommuniceerd over het bestaan en rondgaan van het virus. We vinden de uit de hand gelopen situatie in Italië vreselijk en volgen dit in het nieuws. Wanneer Europese landen voorbij de piek van de pandemie-uitbraak zijn, zullen er wellicht hulpmiddelen en artsen naar Afrika gaan. Sommige Nederlandse artsen die tijdelijk waren gestationeerd in Afrika, zijn daar vrijwillig gebleven om te helpen.

Internationale samenwerking en gewenning aan andere culturen hebben de grens tussen ‘wij’ en ‘de Ander’ sterk vervaagd. Wij zien de ander steeds meer als medemens, tonen meer empathie en zijn onder bepaalde voorwaarden bereid tot samenwerken en helpen. De Coronacrisis is zeker een eye-opener wanneer het aankomt op het verspreiden van ziektes en internationale afhankelijkheid voor cruciale producten. Het is een voor het milieu duurzaam besef dat een mens met minder reizen ook best overleeft.

Deze lessen kunnen we meenemen naar de toekomst om zorgstelsels, internationale handelsrelaties en onze eigen levens slimmer in te richten. We zouden een stuk verstandiger kunnen omgaan met gezondheid, economie en milieu. Het is echter ook belangrijk dat internationale samenwerking bewaard blijft. Als we zouden stoppen met het maken van verre reizen en met name lokale productie zouden ambiëren, dan gaan we straks misschien weer denken in termen van wilden in China en criminelen in Australië. En dan wordt de mens wereldwijd opeens een stuk minder behulpzaam.

Een gedachte over “De dynamiek van ‘wij’ en ‘de Ander’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s